Skip to content

Taken en aanstelling van de kussendrager

De kussendrager bij de burgerschutterij, ook wel burgerwacht genoemd, was onder anderen verantwoordelijk voor een deugdelijke bezetting van de ‘nachtwacht’.

wapen-schutterij-transparant

De ‘nachtwacht’ bestond uit officieren, adelborsten en schutters. Officier(en) en adelborsten werden voor de nacht ondergebracht in het Schuttersgebouw (elders in het land ook wel Doelen of Doelengebouw genoemd) en liepen van daaruit hun ronden. In geval van nood moesten zij maatregelen nemen om de stad te verdedigen of onrust de kop in te drukken.

De kussendrager bleef de hele nacht als verzorger bij de adelborsten in de buurt. Hij er bijvoorbeeld voor dat hun kooien schoon waren en ‘s winters de open haard brandde.  Al eerder op de dag was hij langs hun huizen geweest om ze te laten weten dat ze dienst hadden. Daarbij nam hij alvast hun hoofdkussen mee naar het schuttershuis.

Tot het eind van de 18e eeuw wordt de functiebenaming kussendrager formeel gebruikt. In de Burgerschutterij reglementen 1655 (druk 1678) en 1734 worden de bijbehorende verantwoordelijkheden uitvoerig beschreven. In het reglement van 1785 wordt vermeld dat de kussendrager onderwachtmeester is gaan heten. Zijn taken blijven ongeveer hetzelfde. In het reglement van 1792 komt de naam kussendrager niet meer voor.

In de administratie van de gemeente Harlingen zijn betalingen aan de kussendrager regelmatig terug te vinden. De oudst gevonden betaling dateert uit een kasboek uit 1661.

In juli 1787 werden door het stadsbestuur een aantal huishoudelijke punten opgesteld. Een van de onderwerpen betrof openbare functies. Deze werden over 4 niveaus verdeeld. Hoe belangrijker de functie des te zwaarder de delegatie die het besluit tot aanstelling moest nemen. Functies als Rector, maar ook Organist en Armenvoogd, vielen onder het hoogste niveau en hadden een besluit van het volledige 40-tallige Stadsbestuur nodig. Een niveau lager zaten bijvoorbeeld de Procureur Fiscaal, de Majoor, maar ook de Bierdrager(!). Alle 8 burgemeesters namen hier gezamelijk het besluit. In het derde niveau zaten o.a. de Wachtmeester, de Marktmeester en de Voorzangers van beide kerken. Het 4e en laagste niveau was op haar beurt in 2 klassen verdeeld. Het vervullen van een vacature geschiedde hier op voordracht van de oudste burgemeester. De Kussendrager viel in de eerste klasse. Hij werd daar niet alleen door de Stadsomroeper en Havenmeester vergezeld, maar ook door een illuster gezelschap waaronder Askarreluiden, Doodgravers en Puistertreders…. Op het allerlaagste niveau, de 2e klasse van de 4e categorie, zaten bijvoorbeeld Lantaarnvullers en Opstekers.