Skip to content

Oorsprong

Kussendrager was een functie bij de Harlinger burgerwacht. De oudst gevonden vermelding van deze functie dateert uit 1655.

Uit ‘Articulen en Ordonnantien op ‘t stuck van de Wacht’, Harlingen 1655

Foutje….

kussen-transparant-met_sleutels-smallNa de ontdekking dat kussendrager een functionaris was bij de burgerschutterij werd aangenomen dat hij ‘s morgens, na het openen van de stadspoorten, de stadssleutels op een kussen naar de burgemeester bracht en daar zijn naam aan ontleende. Nader onderzoek leerde dat hij wel de sleutels terugbracht, maar niet op een kussen.

Nee, de kussendrager sjouwde de hoofdkussens van de officier en adelborsten door de stad. Als hij overdag langs hun huizen ging om hen de wacht aan te zeggen nam hij alvast hun hoofdkussens mee naar de adelborstkamer waar ze de nacht door zouden brengen. Zijn functienaam heeft hij ongetwijfeld aan deze voor de hele stad zichtbare activiteit te danken.

Vermoedelijk nam hij de kussens alvast mee om druk op de ketel te zetten. Niemand zat op een nacht in het Schuttershuis te wachten. De kussendrager hoorde overigens bij zijn tocht door de stad ook de argumenten aan waarom iemand echt niet de wacht kon doen en besliste of die argumenten legitiem waren.

Hoofd-, zit- of schietkussens?

Bij het onderzoek naar de oorsprong van de naam was het niet direct duidelijk om wat voor kussens het ging. Zo hadden officieren hun eigen zitkussens. De concierge van het stadhuis in Leiden kreeg bijvoorbeeld 5 gulden per jaar van iedere officier om te zorgen dat zijn kussen op de juiste plaats lag als er een vergadering was. Het zo dus ook om zitkussens kunnen gaan. Of waren het misschien schietkussens? Met zo’n kussen onder de knie kon een schutter vanuit een stabiele positie geknield schieten. Deze kussens waren klein, gemaakt van leer en gevuld met zand. Bij schietwedstrijden met klein kaliber geschut, worden ze ook nu nog wel gebruikt.

Uit de schutterij-reglementen blijkt echt dat de kussendrager de beddekussens droeg. Onderstaande burgerschutterij administratie van rond 1785 bevestigt dat er op de adelborstkamer geslapen werd. Uit deze administratie blijkt dat de burgerwacht ook zelf over kussens beschikte.

Aankoop van goederen voor de adelborstkamer en voor kussens en slopen (bron: www.kleinekerkstraar.nl)

Andere overwogen theorieën

  • Een lakei die de heer of vrouw des huizes op een kussentje attributen overhandigde.
  • Iemand die zorgde voor de kussentjes op de kerkbanken.
  • Iemand die zijn brood in de haven verdiende door met een stootkussen schepen helpen af te meren zonder averij op te lopen.
  • Een vakman die de spanten van schepen in aanbouw voorzag van kussens om ze te richten en vast te zetten.
  • Bij begrafenissen en bij muziekkorpsen, liep en loopt soms ook tegenwoordig nog, iemand mee die een kussen droeg waarop de onderscheidingen van de overledene of het muziekkorps waren gespeld.

Van geen van deze theorieën is enig bewijs gevonden. Dit in tegenstelling tot de functie van kussendrager bij de burgerschutterij, die duidelijk gedocumenteerd is.

Conclusie:
De naam Kussendrager vindt zijn oorsprong in de Harlinger burgerschutterij.


Beroepsnamen bronnen

De volgende bronnen zouden iets over de naam kunnen vertellen, maar hebben niet veel opgeleverd:
  • De Nederlandse familiedatabank van het ‘Meertens Instituut’ vertelt alleen dat Kussendrager een beroepsnaam is. Er wordt verwezen naar een artikel uit 1975 van R.A. Ebeling, waarin wordt gesteld dat de naam Kussendrager is afgeleid van ‘Cusendrager’, ofwel “knotsdrager’ (knots=teken van bevoegdheid).
  • Johan Winkler duidt in zijn boek ‘De Nederlandsche Geslachtsnamen: in oorsprong, geschiedenis en beteekenis’ de naam ‘Kussendrager’ aan als een zeer zonderlinge beroepsnaam.
  • In het uitgebreide ‘Oude beroepsnamen register’ van J.B Glasbergen ontbreekt tussen de 25.000 namen ‘kussendrager’ in zijn geheel.