Skip to content

Apothekershof

Het Doeleshof op het voormalige apothekershof

Het Doeleshof, vermoedelijk oefenterrein van de schutters, werd ingericht op het noordelijk deel van de kruidentuin van de apotheek aan het apteeckershof. Dit deel werd in 1597 verkocht. Maar omdat eerst nog de bomen verplant moesten worden begon  men minstens een jaar later  met de inrichting. Het zuidelijk deel werd verkocht om te worden ingevuld met woningbouw. Als de Doeleshof werkelijk als oefenterrein voor de schutters diende zou dit in de Ordonnantiën van 1687 vermeld moeten zijn. Dit is niet het geval. De enige conclusie is dat het Doelenterrein rond 1680 buiten gebruik werd gesteld. Het is niet duidelijk welke bestemming het toen kreeg, maar in soortgelijke situaties in de Hollandse steden werden de hoven totdat zij bebouwd werden  als park gebruikt.


Onderbouwing

Doeleshof en Apothekerhof lagen op dezelfde plek.  Eind 1500 werd in de Apothekerstraat de daar gevestigde apotheek gedreven door apotheker Botte Broerszoon Buwema. Op ‘www.kleinekerkstraat.nl’  is over deze apotheker het volgende te vinden*):

In het laatst van de 16e eeuw is in verschillende archiefstukken sprake van een apotheek staande aan de zuidzijde van de tegenwoordige Romastraat,dicht bij de hoek Romastraat-Vianen en bewoond door Botte Broerszoon Buwema en Trijncke Cornelis dochter. Van deze B. en Trijncke zijn enige handelingen opgetekend en bewaard gebleven.  De echtelieden verkochten op 18 juni 1597 een woning met tuin “staende ende geleghen ten suijden ende westen van Botte apteeckers hoff”. De kopers waren Gerryt Bruijn en Lijcken Jans dochter van der Hulst en kochten de woning voor de prijs van 1200 goudguldens.

De verkochte woning betrof het woonhuis van de apotheker en niet de apotheek zelf. De apotheker verhuisde naar de Wortelhaven en stierf ruim een jaar later. Om zijn schulden af te lossen werden begin 1600 zowel zijn woonhuis aan de Wortelhaven als het apothekershuis in de Apothekerstraat verkocht. In de akten is het apothekershuis beschreven als:

“Staende ende geleghen in de apteecker straet daer tegenwoordig Romen uijtsteekt ende bewoont ende gebruijkt wordt door de wedue van B. B. Apteecker”. De apotheek had dus een uithangbord met de tekst “Romen”, waaruit volgt dat het om het pand gaat waar later de Herberg Roma werd gevestigd.


Uit bovenstaande zijn de vermoedelijke locaties van Apothekershof, apothekerswoning en het apothekershuis (de apotheek) af te leiden

doelenterrein-vragen
apotheek en apothekershof, ingetekend op kaart uit ca 1650

Over de kruidentuin van de apotheek vermeldt www.kleinekerkstraat.nl

De Kruidentuin van B. liep van de Rozengracht,doorsneden door een middenpad dat na 1600 tot straat verbreed is en met de al bestaande oostelijk gelegen straat verbonden is.Tot ver in de 17e eeuw is de straat in koopakten e. d. beurtelings Hof- en Oosterstraat genoemd. De naam Hofstraat, herinnerend aan de kruidentuin van B. B. is uiteindelijk blijven bestaan. Een voorstelling van de hof biedt de genoemde akte uit 1597 waarin de apotheker een deel ervan verkoopt met het beding dat  “de Cruijden, amandelbomen, alebessenen, wijngaerden mitsgaders prieelckens ende andersins tot Jacobij dach van het toekomende jaer noch in ‘t hoff moogen staen blijven  om het beter op zijn gequame tijdt ende gerieff te verplanten”. (St. Jacobsdag is op 25 juli). De kruidentuin van de apotheek strekte zich dus uit van de Apothekersstraat tot aan de Rozengracht en was doorsneden door een middenpad dat later verbreed werd tot de Oosterstraat (nu Hofstraat).  Hoewel ze beiden vermoedelijk hetzelfde doel dienden, waren kruidentuin en apothekershof verschillende percelen.De kruidentuin was veel groter dan het apothekershof en bevatte in 1597 onder anderen amandelbomen, wijngaarden en priëlen.  Op de kaart van 1650 is niets meer te zien van een tot aan de Rozengracht doorlopende tuin. De tuin houdt op bij de noordelijke huizenrij aan de Oosterstraat.  Het deel van de tuin ten zuiden van deze straat is ingenomen door woningbouw


*)De volledige tekst over Botte Broerszoon Buwema op www.kleinekerkstraat.nl is als volgt:

In het laatst van de 16e eeuw is in verschillende archiefstukken sprake van een apotheek staande aan de zuidzijde van de tegenwoordige Romastraat, dicht bij de hoek Romastraat-Vianen en bewoond door Botte Broerszoon Buwema en Trijncke Cornelis dochter.  Van deze B. en Trijncke zijn enige handelingen opgetekend en bewaard gebleven.  De echtelieden verkochten op 18 juni 1597 een woning met tuin “staende ende geleghen ten suijden ende westen van Botte apteeckers hoff”.  De kopers waren Gerryt Bruijn en Lijcken Jans dochter van der Hulst en kochten de woning voor de prijs van 1200 goudguldens. Van de apotheker is een handtekening bewaard gebleven als ondertekening van een akte van aanstelling tot “administrator ende voormondt over Magdalena Rouckes dochter”. Het stuk hield in dat B. B. B. de opvoeding en verzorging op zich nam van het kind van Roucke Wijbes zn. Deze Roucke was weduwnaar en zeevarende.  De akte is ondertekend door B. B. , Roucke Wijbes zn en de klerk ter sekretarie Claas Bornstra. Het stuk is gedateerd op 27 augustus 1597. De handtekening van B. B. met als versiering een monogram waarin de letters A. P. T. C. te lezen zijn als afkortingen van Apothecar.  Op 17 maart 1599 kochten Botte en Trijncke een huis aan de oostzijde van de Wortelhaven bewoond door Joris Jelles zn Cruydenier.  Niet lang daarna is de apotheker overleden want op 26 november 1599 werd, op verzoek van Trijncke Cornelis dr, Reijn Broers zn. van Bolsward beëdigd als curator over de nagelaten kinderen van wijlen B. B., met vermelding dat Botte en Reijn gebroeders waren.  Op verzoek van Reijn Broers zn. werd op 20 januari 1600 de woning op de Wortelhaven en de apotheek ter afdoening van schulden verkocht.  De koper van beide panden was Jacob Hessels zn. In de akten is het apothekershuis beschreven als: “staende ende geleghen in de apteecker straet daer tegenwoordig Romen uijtsteekt ende bewoont ende gebruijkt wordt door de wedue van B. B. Apteecker”;  Uit het stuk blijkt dus dat de woning “Romen”als uithangteken had. Dit kan zowel het stadswapen van Roma als de naam in een opschrift geweest zijn. De 19e eeuwse auteur Mr. Jacob van Lennep geeft in zijn studie over uithangtekens hierover een verklaring: Het waren de wijntappers die voor en in de 16e eeuw Romeinen genoemd werden. Het wijntappersgilde heette toen Romeinengilde. De naam Romein is afgeleid van de Romenij, een bekende wijnsoort uit Bourgogne, aldus van Lennep. Hoe het ook zij, de apotheek moet kort na Botte’s dood als herberg zijn ingericht, wat trouwens niet zo’n grote verandering was, want een apotheker was tevens slijter. De zo even genoemde schrijver vermeldt dat een bekend opschrift aan de apotheek die een brandewijnkelder onder het huis had, was: “Hier verkoopt men zowel onder als boven dranken, Het één is voor gezonden, en ‘t ander voor de kranken”. De apotheker was naast pillendraaier en tapper ook droger van kruiden (drogist). De Kruidentuin van B. liep van de Rozengracht, doorsneden door een middenpad dat na 1600 tot straat verbreed is en met de al bestaande oostelijk gelegen straat verbonden is. Tot ver in de 17e eeuw is de straat in koopakten e. d. beurtelings Hof- en Oosterstraat genoemd. De naam Hofstraat, herinnerend aan de kruidentuin van B. B. is uiteindelijk blijven bestaan. Een voorstelling van de hof biedt de genoemde akte uit 1597 waarin de apotheker een deel ervan verkoopt met het beding dat “de Cruijden, amandelbomen, alebessenen, wijngaerden mitsgaders prieelckens ende andersins tot Jacobij dach van het toekomende jaer noch in ‘t hoff moogen staen blijven om het beter op zijn gequame tijdt ende gerieff te verplanten”. (St. Jacobsdag is op 25 juli). Gerrijt Bruijn verkocht op 19 januari 1600 de woning met tuin aan Horatio Provana en Catalina Chalichetes.  Provana vestigde zich in de Hofstraat als Lombardhouder. Tot 1611 was het pandjeshuis daar gevestigd, toen verhuisde het naar de straat die we nu nog kennen als de Lombardstraat..