Skip to content

Winkler

Uitreksel uit

De Nederlandsche Geslachtsnamen: in oorsprong, geschiedenis en beteekenis
Winkler, Johan Publication: 1885 (repr. 1971, Haarlem)

 

318 GESLACHTSNAMEN AAN ALLERLEI BEDRYVEN ONTLEEND.

Tot de lagere standen der maatschappy afdalende , vinden wy de geslachtsnamen Keetbaas, Den Heyer, Werkman, Sjouwerman, Daggelder, Pakkedrager, Lastdrager, Bierdrager, Drager, Kruyeren Bezorger, Karreman (en , in limburgschen form , als patronymikon Kerremans), Poerstamper (poederstamper , waarschijnlik een werkman in eenen kruitmolen , of een apothekersknecht), Vischschraper enz. aan het werk dier klasse ontleend. Dan volgen nog de geslachtsnamen Baggerman, Modderman en Aschman. De geslachtsnamen Asman en Asmans acht ik niet afkomstig van het bedrijf des mans die asch aan de
huizen in ontvangst neemt. In Asman, enz. zie ik liever, met Frstemann , volgens diens Altdeutsches Namenbuch, een oud-germaansche mansvrnaam , de zelfde waar aan ook de naam van het stadje Assmannshausen aan den Rijn zynen oorsprong dankt. De hedendaagsche Hollanders doen het niet meer, maar de oude Nederlanders in het algemeen onderscheidden wel degelik zeer scherp in hunne uitspraak tusschen asch en as. De hedendaagsche Friesen en Vlamingen doen het nog.

De bedelaar staat op den laagsten trap der samenleving. Aan het woord schooien , nog eene verscherpte uitdrukking voor bedelen, zal wel de geslachtsnaam Schoyer ontleend zijn. Zonderling dat iemand daar ooit vrede me kon hebben , vrywillig zulk eenen geslacbtsnaam aan te nemen of te dragen.

Tenslotte moet ik hier nog , als zeer zonderling , vermelden den geslachtsnaam Kussendrager; en niet minder is dit de geslachtsnaam Tafelkruier, waar ik geenen redeliken oorsprong voor vinden kan. Hoendervoogt en Pluimgraaf, Keukenmeester en Keukenscbryver mogen ook wel tot de zonderlinge geslachtsnamen van deze groep gerekend worden, al zijn ze juist niet onverklaarbaar.