Skip to content

Harcke Siercks Cussendrager

Harcke Siercks Cussendrager moet rond 1640 geboren zijn. Op 12 december 1681 laat hij zijn testament opmaken. Tussen 1664 en 1674 zou hij vijf kinderen hebben laten dopen. Informatie over deze kinderen is niet gevonden. 

In de Harlinger archieven dook een factuur met de naam van Harcke uit 1661 op. Dit is de oudst gevonden vermelding van de naam Kussendrager. In 1668 wordt zijn naam genoemd in een koopakte.

betalingkussendrager-1661
Factuur uit 1661

In de lijst van testamenten in de processtukken bij de CIVIELE SENTENTIES van het HOF VAN FRIESLAND komen de volgende vermeldingen voor.

  • 75 – 20/11/1703 – Int. Cussendrager, Harcke Sjercks, en Dieuwke Pybes to Harns (te Harlingen); test. 12/12/1681.
  • 75/Int. Egginga, Dieuke Pybes, earst widd. fan Harke Sierks Kussendrager to Harns, lêst fan ds. Petrus Theodori to Warns, test. 26/12/1692.

Bron: R.S. Roarda, List fan testaminten út de processtikken by de Civile Sentinsjes fan it Hof fan Fryslân, 1953

Harcke zou de zoon kunnen zijn van Sierck Harmsen die in 1621 en 1622 burgemeester van Harlingen was. Sierck Harmsen stierf in 1641.

Harcke’s weduwe Dieuwke Pybes hertrouwde met ds. Petrus Theodori uit Warns met wie zij in 1692 een nieuw testament opstelde. In 1703 is het 1e testament, dat mogelijk op de langst levende stond, kennelijk ten uitvoer gebracht. Omdat Harcke Ziercks in 1686 nog een huis kocht, moet hij tussen 1686 en 1692 overleden zijn.

In 1668 kocht Harcke een huis op de Lanen, in 1686 kocht hij een huis aan de Grote Kerkstraat.

Uit het: PROCLAMATIEBOEK 239 folio 153v van mrt 1668

Harcke Siercks Kussendrager koopt een huis en plaets op de LANEN, strekkende tot het achterste pakhuis, dat er van afgescheiden zal worden en eigendom was van wln. Sytse Gerbens. Ten O. Bavius Ziricus, Not. Publ. en ten W. Dirck Auckes, kistmaker.  Verkoper is Wickien van Viersen, wed. Keth, als universeel erfgenaam, voor 484 gg.

Uit: “Proclamatum over d’kerke” (31 januari, 7 februari en 14 februari 1686) en ‘t Gerechte.” (6 februari, 13 dito en 20 dito 1686) ‘):

Harcke Ziercks burger ende Cussendrager binnen Harlingen b:b: & consent over d’coop van sekere heerlijcke huisinge tuyn en plaatse, staende ende gelegen binnen deser stede in de groote kerckstraat ”), hebbende Arfke Jans weduw van wijlen d’vroedsman Hendrick Hendrix ten oosten, seker steygh beneffens de selve Aefke Jans ten westen, sekere dwarskamer bij IJsbrandt Jansen bewoont ten suyden, ende de gemene straat ten noorden, beswaert met tien stuyvers acht penningen eeuwige jaerlyxe grontpacht, hebbende dese huysinge een vrije mede gebruyck van d’voorsegde steygh ten westen, noordtwaerts tot de kerckstraat, voorts met actien servituten ende gerechtigheden daertoe ende aenbehorende, ‘t selve also in cope becomen van d’gesamentlice armevoogden binnen voorsegde stede, als alimentatores van Zara Gabbes, voor d’eene helft, ende Geertie Gabbes weduw van wijlen Broer Romckes voor d’andere helft, ende also te samen voor ‘t geheel, voor d’somma van twee hondert ende vijftich goltguldens van xxviii stuyvers yder, te betalen op termijnen volgens de verkoopartikelen daeraff zijnde.
‘)De akte komt uit een van de zgn. proclamatieboeken van Harlingen, waarin toestemming gevraagd wordt voor de koop van een onroerend goed. Dit gebeurde door de geplande koop driemaal af te kondigen voor de kerk, en driemaal voor het gerecht. Als niemand bezwaar kenbaar maakte (‘speak now, or forever hold your peace’), dan was de koop rond. Dit berust al op een oud middeleeuws gebruik, het zgn. te bode stellen, maar werd geformaliseerd in de zgn. Lands-Ordonnantie. In de akte staat b:b: & consent voor “begeert bode en consent”, afkondigingen en toestemming. Deed je de afkondigingen (proclamaties) niet, dan kon je tot dertig jaar na de ‘koop’ nog aangegeven worden. Het betreffende onroerend goed werd dan verbeurd verklaard. Een derde was voor de stad, een derde voor de armen, en een derde voor de aangever!

”) Hoogstwaarschijnlijk gaat het hier om nummer 16. Zijn ‘oostelijke’ buurman Hendrik Hendrix woonde namelijk op nummer 18.

Informatie van, transcriptie en toelichting door: Stefan Elsinga